Hoe wordt het toelatingsexamen beoordeeld?

De Vlaamse Regering legt vooraf niet vast hoeveel kandidaten mogen slagen. Er is dus geen numerus fixus voor de opleiding tot arts of tandarts ingesteld.

Puntenverdeling en berekening van de resultaten

Het examen staat op veertig punten.

Het onderdeel KIW bestaat uit zestig vragen. Er zijn vijftien vragen per discipline: wiskunde, fysica, chemie en biologie. Elk van de vier onderdelen staat op vijf punten. De totaalscore voor het onderdeel KIW staat op twintig punten. KIW wordt in zijn geheel beoordeeld. Je hoeft dus geen minimale score te behalen op elk wetenschapsgebied afzonderlijk.

Het onderdeel IVV bestaat uit twee delen. De communicatieproef omvat twintig meerkeuzevragen. Die proef staat op zes punten. De stilleestekstproef deel 1 (open boek) bestaat uit twintig meerkeuzevragen, gevolgd door stilleestekstproef deel 2 (gesloten boek) die opnieuw twintig meerkeuzevragen omvat. De stilleestekstproef deel 1 en deel 2 staan telkens op zeven punten. Ook voor IVV wordt het geheel beoordeeld.

Het totaal op 40 punten is de optelsom van de zeven onderdelen:

  • wiskunde (5 punten)
  • fysica (5 punten)
  • chemie (5 punten)
  • biologie (5 punten)
  • communicatieproef (6 punten)
  • stilleesproef deel 1 (7 punten)
  • stilleesproef deel 2 (7 punten)

Bij het omzetten van de resultaten naar 20 wordt er afgerond naar 1 decimale. De afronding gebeurt enkel na het optellen van de resultaten van de vier onderdelen van KIW en na het optellen van de resultaten van de drie onderdelen van IVV. Het totaal (op 40) wordt berekend door de niet-afgeronde scores van de 7 afzonderlijke onderdelen op te tellen en vervolgens deze som af te ronden naar 1 decimale, waardoor het totaal in sommige gevallen 0,1 punt kan verschillen van de optelsom van de afgeronde resultaten van KIW en IVV.

Giscorrectie

De examencommissie past een giscorrectie toe. Een fout antwoord levert negatieve punten op. Dit vermijdt dat deelnemers die willekeurig een antwoord aankruisen zonder het juiste antwoord te kennen, toch punten verwerven. De giscorrectie is gelijk aan: -1/((aantal antwoordmogelijkheden per vraag)-1). Voor een examen met vier antwoordmogelijkheden per vraag betekent dat concreet -1/3 van een punt per fout antwoord.

De meerkeuzevragen hebben telkens vier antwoordmogelijkheden waarvan slechts één het juiste antwoord is. De andere drie alternatieven zijn fout en hebben alleen tot doel je af te leiden. De mogelijke scores per vraag zijn:

  • +1 als je correct antwoordt;
  • 0 als je de vraag openlaat;
  • -1/3 als je fout antwoordt.

De punten die worden behaald per vraag, worden nadien omgezet naar het gewicht per onderdeel. Zo bestaat het onderdeel wiskunde uit vijftien vragen. Maximaal kan je voor wiskunde vijftien punten behalen. Aangezien wiskunde op vijf punten staat voor het geheel, wordt de behaalde score op vijftien omgezet naar vijf punten. Die vier wetenschappen (die elk op vijf punten staan) worden samengeteld en vormen zo het resultaat van KIW op 20 punten.

Opgelet met het hanteren van antwoordstrategieën 

Wees voorzichtig met het hanteren van antwoordstrategieën waarbij je beoogt nipt te slagen.

De examencommissie analyseert de resultaten na afloop van het examen. De examencommissie kan na itemanalyse en bij een manifest slechte itemrespons de positieve en negatieve punten van die vraag in de scores van alle kandidaten verwijderen.

De overblijvende items worden dan herrekend naar het vastgelegde puntengewicht per examenonderdeel.