Wat moet je kennen en kunnen voor het examen?

Het examen bestaat uit 2 delen:

  • Kennis en Inzicht in de Wetenschappen (KIW)
  • Informatie Verwerven en Verwerken (IVV)
     

Kennis en Inzicht in de Wetenschappen

Je krijgt 60 meerkeuzevragen die je kennis en inzicht in de wetenschappen testen:

In de voormiddag:

  • 10 vragen wiskunde
  • 10 vragen fysica
  • 10 vragen chemie
  • 10 vragen biologie

In de namiddag:

  • 5 vragen wiskunde
  • 5 vragen fysica
  • 5 vragen chemie
  • 5 vragen biologie

De vragen zijn inhoudelijk afgestemd op het gemiddelde van de leerplannen van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs (aso). Een goed begrip van de leerstof van de tweede graad is nodig omdat de leerstof van de derde graad voortbouwt op de kennis van de voorgaande jaren. De leerstof voor elk vak vind je bij leerstofoverzicht, examen- & modelvragen.

De vragen peilen niet naar bewijzen of zuiver theoretische afleidingen. Het gaat niet louter om kennis, maar vooral om inzicht. Dit moet je kunnen:

  • op basis van een aantal gegevens afleidingen maken;
  • problemen en grafieken analyseren snel een nieuw begrip assimileren en op nemen in de al verworven kennis;
  • gedreven zijn om een probleem op te lossen.

Je mag geen elektronische rekentoestellen of andere hulpmiddelen gebruiken. Grootheden, symbolen en eenheden worden gebruikt volgens de geldende SI-normen. Als dat zinvol is, worden synoniemen vermeld en wetmatigheden verduidelijkt. Indien nodig krijg je tabellen met nuttige constanten, logaritmen, kwadraten, goniometrische getallen en formules ter beschikking.

Tip

Bekijk de examenvragen van KIW van het toelatingsexamen van 2015 en 2016. Die kan je gebruiken bij de voorbereiding.


Informatie verwerven en verwerken (IVV)

IVV peilt in eerste instantie naar je studeerpotentieel: kan je op een correcte wijze nieuwe informatie inpassen in je bestaande kennis en toepassen op nieuwe problemen? Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat een hogere score voor dit onderdeel gepaard gaat met betere studieresultaten tijdens de opleiding zelf.

Het examengedeelte IVV bestaat uit twee onderdelen: een communicatieproef en een stilleestekstproef.

1. Communicatieproef


De communicatieproef peilt naar je persoonlijke, interpersoonlijke en communicatieve competenties. Daarbij gaat het niet alleen om kennis, maar ook om attitudes en vaardigheden die voor een arts van belang zijn.

Deze dimensies worden getoetst:

  • luisterhouding, de mogelijkheid om persoonlijke aandacht te geven aan de ander, respectvol met elkaar omgaan;
  • empathie of het vermogen om je in te leven in de situatie en in de belevingswereld van de ander;
  • (familie)relaties begrijpen en een open en constructief gesprek aangaan waarin loyaliteit en waardigheid bewaard blijven en je samen de beste keuze maakt;
  • de vaardigheid om gedrag en emoties correct te interpreteren, waarbij je verschillende interpretaties kan onderkennen en de bruikbaarheid ervan voor bepaalde doeleinden kan beoordelen;
  • een constructieve houding aannemen in conflictsituaties en in individuele of collectieve situaties met hevige emoties of uitzichtloosheid;
  • zelfreflectie of het kunnen inschatten van de gevolgen van je eigen gedrag in een relationele situatie met kwetsbare burgers, collega's en andere betrokkenen.

Je krijgt 20 casussen die betrekking hebben op zorgsituaties en andere maatschappelijke situaties waarmee een 18-jarige in aanraking kan komen. In familie- of vriendenkring of in de context van een stage of een studentenjob.

Voor elke casus krijg je vier verschillende reactiemogelijkheden. Je duidt de reactie aan met de gewenste communicatieve vaardigheid. Per casus is er slechts één juist antwoord mogelijk.

Tip

Bekijk enkele modelvragen die je kan gebruiken bij de voorbereiding voor het examen. 

2. Stilleestekstproef


Dit examenonderdeel test je inzicht en assimilatievermogen. Je moet vragen beantwoorden over een aantal korte wetenschappelijke teksten die verschillende aspecten van dezelfde problematiek beschrijven. Elke tekst bestaat uit één pagina tekst, aangevuld met 1 of 2 figuren, tabellen of schema’s.

De stilleestekstpref bestaat uit 2 delen:

  • deel 1:
    Je beantwoordt  20 meerkeuzevragen over de teksten en bijbehorende schema’s, figuren of tabellen. Je kan de teksten zo vaak als nodig herlezen en continu raadplegen.
  • deel 2:
    Je krijgt een nieuwe set met 20 meerkeuzevragen. Je kan de informatie uit de teksten niet meer raadplegen. Je beschikt wel over  alle schema's, figuren of tabellen uit de teksten. Je beantwoordt de vragen op basis van de informatie die je verwerkt hebt. Je mag geen informatie uit de originele teksten noteren om tijdens het tweede deel van de proef te gebruiken. Als je dat toch doet, zal de examencommissie sancties opleggen volgens het examenreglement.

Tip

Bekijk de examenvragen van de stilleestekstproef van het toelatingsexamen van 2015 en 2016. Die kan je gebruiken bij de voorbereiding.