Waarom?

De federale overheid beperkt per gemeenschap de toegang van artsen en tandartsen tot het systeem van de sociale zekerheid. Een evenwichtig aantal beroepsactieve artsen en tandartsen, in overeenstemming met de gezondheidsnoden, is immers een belangrijke parameter voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de gezondheidszorg. De federale overheid bepaalt hoeveel actieve artsen en tandartsen er in België in de toekomst nodig zijn. Op basis van deze planning legt de federale overheid het jaarlijkse contingent vast. Dit is het aantal artsen en tandartsen dat jaarlijks in een vervolgopleiding van huisarts, specialist of tandarts mag starten. Het federale contingent wordt tot slot opgesplitst in deelcontingenten voor de Vlaamse en Franse Gemeenschap.

Om de instroom van studenten in de opleidingen arts en tandarts op het Vlaamse contingent af te stemmen, organiseert Vlaanderen sinds 1997 een toelatingsexamen dat het aantal kandidaten voor deze opleidingen beperkt. Hiermee wil de Vlaamse overheid voorkomen dat jongeren na jarenlange studies niet de kans zouden krijgen om het beroep van arts of tandarts uit te oefenen.

Het toelatingsexamen toetst de bekwaamheid van studenten om een geneeskundige of tandheelkundige opleiding met succes te volgen. Sinds het toelatingsexamen plaatsvindt, zijn de slaagpercentages in het eerste jaar van de opleidingen van arts en tandarts ongeveer verdubbeld aan alle universiteiten van de Vlaamse Gemeenschap. Ongeveer 85% van de startende studenten in de Vlaamse Gemeenschap behaalt effectief het diploma van arts of tandarts.

Sinds de invoering van het examen hebben ongeveer 47.000 kandidaten deelgenomen. Gemiddeld slaagt 38,7 procent, weliswaar soms na herhaalde pogingen.